Behandeling van depressie door Psycholoog Utrecht Oost

Depressie

 

Een neerslachtig gevoel, een bedrukte stemming, lusteloosheid, minder van dingen kunnen genieten, negatieve denkpatronen. Een depressie kan je leven flink beïnvloeden. Iedereen heeft wel eens een periode waarin het wat minder gaat. Een winterdip, tegenslagen op het werk of de nasleep van een vervelende gebeurtenis kunnen leiden tot depressieve gevoelens. Meestal gaan die gevoelens vanzelf weer over. Het verschil tussen een dipje en een depressie is voor een buitenstaander niet altijd even zichtbaar. Een depressie kleurt je hele dagelijkse leven en is meestal een reactie op een (ingrijpende) gebeurtenis. Dat kan een negatieve gebeurtenis zijn (zoals ontslag of overlijden van een dierbare), maar ook een positieve gebeurtenis kan voor een depressie zorgen (bevalling, de koop van een huis). Wanneer depressieve gevoelens lange tijd aanhouden (langer dan twee weken, gedurende het grootste deel van de tijd), spreken we van een depressieve stoornis.

 

Vroege signalen van een depressie

 

Het verschil tussen ‘normale somberheid’ en het hebben van een depressie is soms lastig te bepalen. Hierdoor kunnen mensen geneigd zijn te wachten tot de klachten vanzelf overgaan of tot de klachten toenemen. Het is beter om hulp te zoeken. Wie de klachten vroegtijdig herkent en in een vroeg stadium hulp zoekt, verhoogt de effectiviteit van de behandeling en voorkomt dat de depressie onnodig lang duurt. Hieronder volgen de belangrijkste signalen die kunnen wijzen op een (beginnende) depressie.

 

  1. Stemming ‘Niet lekker in je vel zitten’ is een voorbeeld van een vroeg signaal. Je voelt je bijvoorbeeld wat neerslachtiger en somberder. Daarbij kan er sprake zijn van negatieve gedachten en dagschommelingen. Een dagschommeling houdt in dat de stemming ‘s ochtends meestal het minst goed is en in de loop van de dag verbetert. Andersom komt ook voor. Naast gevoelens van somberheid kunnen ook gevoelens en gedachten van leegte, onmacht en minderwaardigheid aanwezig zijn. Je voelt je bijvoorbeeld onzekerder dan voorheen en hebt last van twijfels en besluiteloosheid. Emotionele onevenwichtigheid komt ook voor. Je barst plotseling in huilen uit of reageert anders dan je normaal zou doen, je kan minder hebben en bent snel van slag. Soms kan er ook sprake zijn van emotionele afvlakking, dus je onverschillig gaan voelen.
  2.  Interesse en plezier Een ander signaal is een vermindering van interesse in mensen of activiteiten of minder kunnen genieten van dingen waar je voorheen altijd veel plezier aan beleefde. Je bent minder geïnteresseerd in de mensen om je heen en hebt de neiging je wat terug te trekken uit sociale contacten en activiteiten. Je besluit misschien eerder om ‘nee’ te zeggen tegen een uitnodiging en thuis te blijven. Je hebt er minder zin in dan voorheen of je hebt het gevoel dat je de energie er niet voor op kunt brengen. Zelfs kleine dingen, zoals de boodschappen doen of koken, kunnen een grote opgave lijken. Het kan daarnaast zijn dat activiteiten die je wel uitvoert trager verlopen dan voorheen.
  3.  Lichamelijke klachten Veel depressieve mensen melden zich in eerste instantie bij de huisarts met lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn, buikpijn of spierpijn, problemen met de ontlasting, slaapproblemen, verandering van eetlust of een verminderd libido. In plaats van een lichamelijke oorzaak kan er sprake zijn van een psychische aanleiding en is het mogelijk dat deze lichamelijke klachten tekenen zijn van een depressie. Wat slaapproblemen betreft zijn veelvoorkomende klachten: een onuitgerust gevoel ‘s ochtends, moeite om in slaap te vallen, onrustige slaap door meerdere keren wakker te worden gedurende de nacht of ‘s ochtends erg vroeg wakker worden zonder daarna weer in te kunnen slapen. In plaats van slapeloosheid kan er ook sprake zijn van een sterke slaapbehoefte. Een ander vroeg signaal kan verandering van de eetlust zijn. Het kan zijn dat het eten je minder smaakt of dat je minder eetlust hebt en onbedoeld afvalt. Het omgekeerde komt ook voor; een grotere behoefte aan eten en gewichtstoename.
  4. Spanning en onrust Gespannenheid is een veelvoorkomend verschijnsel. Er kan rusteloosheid en gejaagdheid aanwezig zijn, zowel lichamelijk als psychisch. Een ander voorbeeld is een gevoel van overbelasting. Je bent meer prikkelbaar en lichtgeraakt dan anders. Het zou ook kunnen dat je meer moeite hebt om zaken van je af te zetten en los te laten en dat je veel blijft piekeren.
  5. Cognitief functioneren Andere signalen zijn concentratie- en geheugenproblemen. Je verliest bijvoorbeeld snel de draad van een gesprek, hebt moeite met het lezen van een boek of het volgen van een film. Het denkvermogen kan zijn vertraagd, vergeetachtigheid wordt groter of de dag- of tijdoriëntatie valt je moeilijker.
  6. Werk Functioneringsproblemen op het werk, een gevoel van overbelasting of een toegenomen ziekteverzuim zijn mogelijke signalen.
  7. Middelengebruik Wie zich niet zo goed voelt, kan (onbewust) vluchten in middelengebruik. Denk hierbij aan alcohol drinken, het innemen van kalmering- en/of slaaptabletten en zelfs drugsmisbruik.

 

Definitie van een depressie

 

We spreken van een depressie als iemand gedurende minimaal twee weken last heeft van:

  • Aanhoudende sombere stemming
  • Verlies van interesse; niet meer kunnen genieten
  • Zich tekort voelen schieten/minderwaardigheidsgevoelens
  • Schuldgevoelens
  • Geheugen- en concentratieproblemen
  • Slaapproblemen
  • Eetproblemen
  • Vermoeidheid, gebrek aan energie
  • Suïcidegedachten of -pogingen

 

Gevolgen van een depressie

 

Een depressie heeft een grote invloed op het dagelijks functioneren. Er tegenop zien de dag te beginnen, nergens van kunnen genieten, de neiging je overal uit terug te trekken, het liefst wegkruipen in bed, concentratieproblemen op het werk, geen zin meer hebben in seks. Dat alles zorgt dat je leven op diverse terreinen vastloopt. Het kan zelfs zo ver komen dat iemand geen zin meer heeft om te leven.

 

Behandeling van een depressie

 

Bij het behandelen van een depressie is het belangrijkste doel om de negatieve spiraal waarin je bent beland te doorbreken. Je behandelaar onderzoekt samen met jou de ontstaansfactoren en helpt je met het veranderen van de denk- en gedragspatronen die je klachten in stand houden (dit proces wordt Cognitieve gedragstherapie genoemd). Je zult worden gestimuleerd weer dingen gaan ondernemen waar je, voordat je depressief werd, voldoening uit haalde, zoals hobby’s, sport, sociale contacten, werk. Meestal lukt dit met behulp van gesprekken. Soms is ook medicamenteuze ondersteuning nodig.

Wil je geholpen worden? kijk hier hoe je aan te melden.